Bijlagen ESR2010

Omhoog
Bijlage 1: Definitie Onderzoek en Ontwikkeling

1.1. O&O-activiteiten en aanverwante activiteiten

De UNESCO heeft het concept “wetenschappelijke en technologische activiteiten (WTA’s)” uitgewerkt. Volgens de “Aanbeveling betreffende de internationale normalisatie
van de statistieken inzake wetenschap en technologie”, omhelzen de WTA’s de volgende types van activiteiten:

  • onderzoek en experimentele ontwikkeling (O&O);
  • wetenschappelijk en technologisch onderwijs en opleiding;
  • de andere wetenschappelijke en technologische activiteiten (WTA’s) die verband
    houden met O&O.

Volgens de « Frascati Handleiding » van de OESO omvat onderzoek en experimentele ontwikkeling (O&O) creatief werk dat op systematische basis wordt ondernomen ter vergroting van de hoeveelheid kennis, met inbegrip van de kennis van de mens, de cultuur en de samenleving, evenals het gebruik van deze hoeveelheid kennis voor het ontwerpen van nieuwe toepassingen.

De term O&O refereert aan drie activiteiten: fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en experimentele ontwikkeling.

Fundamenteel onderzoek bestaat uit experimentele of theoretische activiteiten die voornamelijk worden verricht om nieuwe kennis te verwerven over de fundamentele aspecten van verschijnselen en waarneembare feiten, zonder dat hiermee een bepaalde toepassing of gebruik wordt beoogd.

Toegepast onderzoek bestaat ook uit oorspronkelijke activiteiten die worden verricht om nieuwe kennis te verwerven. Het is evenwel in de eerste plaats gericht op een bepaald praktisch doel.

Experimentele ontwikkeling omvat systematische activiteiten op basis van bestaande kennis die is verkregen door onderzoek en/of praktische ervaring, met het oog op het
initiëren van de vervaardiging van nieuwe materialen, producten of middelen of het instellen van nieuwe processen, systemen en diensten, dan wel het aanzienlijk verbeteren van degene die reeds bestaan.

 

1.2. Activiteiten uit te sluiten van O&O

Het criterium dat O&O daadwerkelijk kan onderscheiden van niet-O&O, is de aanwezigheid van een belangrijk vernieuwend element in O&O.

Deze met O&O verband houdende activiteiten kunnen worden onderverdeeld in drie rubrieken:

  1. Onderwijs en opleiding
  2. Andere aanverwante wetenschappelijke en technologische activiteiten

Aanverwante industriële activiteiten

1.2.1. Onderwijs en opleiding

Al het onderwijs en alle opleidingen van het personeel op het gebied van exacte en natuuren ingenieurswetenschappen, geneeskunde, landbouwwetenschappen, sociale en
menswetenschappen, verstrekt in de universiteiten en in de gespecialiseerde instellingen van het hoger en postsecundair onderwijs, dienen te worden uitgesloten. Met het onderzoek verricht door studenten op doctoraal niveau in de universiteiten, moet echter in de mate van het mogelijke wel rekening worden gehouden in de O&O-activiteiten.

1.2.2. Andere aanverwante wetenschappelijke en technologische activiteiten

De hieronder vermelde activiteiten zouden moeten worden uitgesloten van O&O, behalve
indien ze uitsluitend of hoofdzakelijk worden verricht ten behoeve van een O&O-project.

1.2.2.1. Wetenschappelijke en technische informatievoorziening

De gespecialiseerde activiteiten van:

– inzameling – het wetenschappellijk en technisch personeel
– indexering – de bibliografische diensten
– registratie verricht door: – de octrooidiensten
– verspreiding – de diensten voor het
wetenschappelijke en
technische informatie en de
consultancydiensten
– vertaling verspreiden van
– analyse – de wetenschappelijke
conferenties
– evaluatie

 

moeten worden uitgesloten, behalve wanneer ze uitsluitend of hoofdzakelijk worden verricht om O&O te ondersteunen (de voorbereiding van het oorspronkelijke verslag over de resultaten van O&O zal bijvoorbeeld worden opgenomen in de O&O-activiteiten).

1.2.2.2. Het verzamelen van gegevens van algemeen belang

Deze activiteit wordt doorgaans verricht door overheidsinstellingen om natuurlijke, biologische of sociale verschijnselen in kaart te brengen die van algemeen belang zijn of
waarvoor alleen de overheid beschikt over de middelen om ze te verrichten. Voorbeelden hiervan zijn de routinematige activiteiten voor het opmaken van topografische kaarten,
geologische, hydrologische, oceanografische en meteorologische overzichten, alsook astronomische waarnemingen. Het verzamelen van gegevens dat uitsluitend of hoofdzakelijk geschiedt als onderdeel van het O&O-proces, is opgenomen in de O&O-activiteiten (bijvoorbeeld de gegevens over de banen en kenmerken van de deeltjes in een kernreactor).
Dezelfde redenering is tevens van toepassing op het verwerken en interpreteren van deze gegevens. Met name de sociale wetenschappen zijn sterk afhankelijk van de nauwkeurige vastlegging van feiten met betrekking tot de samenleving in de vorm van volkstellingen, steekproefenquêtes, enz. Indien deze gegevens speciaal worden verzameld of verwerkt met het oog op wetenschappelijk onderzoek, moeten hun kosten worden toegerekend aan onderzoek en moeten zij betrekking hebben op de planning, systematisering enz. van de gegevens. Gegevens die voor andere of algemene doeleinden worden verzameld, zoals de driemaandelijkse werkloosheidsenquêtes, dienen te worden uitgesloten, zelfs als ze worden gebruikt voor onderzoeksdoeleinden. Marktonderzoek is eveneens uitgesloten.

1.2.2.3. Proeven en normalisatieactiviteiten

Deze rubriek heeft betrekking op het handhaven van nationale normen, het ijken van secundaire normen, routinematige proeven en analyses van materialen, componenten,
producten, processen, grondstalen, de atmosfeer, enz.

1.2.2.4. Haalbaarheidsstudies

Het betreft met name het onderzoek naar voorgenomen technische projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande technieken om aanvullende informatie te verschaffen voordat een beslissing over de uitvoering wordt genomen. Bij de sociale wetenschappen zijn haalbaarheidsstudies onderzoeken naar de sociaaleconomische kenmerken en de gevolgen van specifieke situaties (bijvoorbeeld een haalbaarheidsstudie om een petrochemisch complex te vestigen in een bepaalde regio). Haalbaarheidsstudies met betrekking tot onderzoeksprojecten maken echter deel uit van O&O.

1.2.2.5. Gespecialiseerde medische zorg

Deze rubriek heeft betrekking op routinematige activiteiten en op de normale toepassing van gespecialiseerde medische kennis. Er kan echter een O&O-element vervat zijn in wat doorgaans “geavanceerde medische zorg” wordt genoemd, die bijvoorbeeld in universitaire ziekenhuizen wordt verstrekt.

1.2.2.6. Verlenen van octrooien en licenties

Het betreft alle administratieve en juridische activiteiten die verband houden met octrooien en licenties. Activiteiten die rechtstreeks verband houden met O&O-projecten, maken echter wel deel uit van O&O.

1.2.2.7. Politieke en operationele studies

Het woord “politiek” omhelst hier niet alleen de nationale politiek, maar tevens de gewestelijke en lokale politiek alsook het beleid van de ondernemingen die een bepaalde
economische doelstelling nastreven. Studies van politieke aard hebben betrekking op activiteiten zoals de analyse en beoordeling van de lopende programma’s, het beleid en de
activiteit van de ministeries en andere overheidsinstellingen; de werkzaamheden van eenheden die zich bezighouden met de permanente analyse en controle van externe
fenomenen (bijvoorbeeld de analyse van problemen met betrekking tot defensie en de nationale veiligheid); en de werkzaamheden van de wetgevende commissies die onderzoek voeren naar het beleid en de activiteiten van de regering en de ministeries.

1.2.2.8. Routinematige activiteiten inzake softwareontwikkeling

De routinematige activiteiten die verband houden met software, worden niet beschouwd als O&O. Deze activiteiten omvatten de werkzaamheden in verband met specifieke
verbeteringen aan systemen of programma’s die voor het publiek beschikbaar waren vóór het begin van die werkzaamheden. De technische problemen die werden opgelost tijdens voorgaande projecten die betrekking hadden op dezelfde besturingssystemen en ITarchitecturen, zijn eveneens uitgesloten. Activiteiten die verband houden met software, zoals:

  • de ondersteuning van bestaande systemen;
  • het omzetten en/of vertalen van computertalen;
  • de toevoeging van gebruikersfuncties aan de applicatieprogramma’s;
  • het debuggen van systemen;
  • de aanpassing van bestaande software;
  • het voorbereiden van de documentatie bestemd voor de gebruikers,

die geen wetenschappelijke en/of technologische vooruitgang met zich brengen, worden niet ingedeeld in O&O.

Routinematige werkzaamheden inzake IT-onderhoud zijn niet in O&O opgenomen. De kwaliteitsborging, de normale gegevensverzameling en de marktstudies zijn eveneens
uitgesloten.

 

1.2.3. Aanverwante industriële activiteiten

  • activiteiten die verband houden met de preproductie, productie en distributie van
    goederen en diensten;
  • technische diensten die verband houden met de bedrijfsactiviteit.
Bijlage 2: Definitie van de verschillende sectoren

Classificatie van institutionele sectoren (S)

S.1 Gehele economie[1]

S.11 Niet-financiële vennootschappen

S.11001 Niet-financiële vennootschappen in handen van de overheid

S.11002 Niet-financiële vennootschappen in handen van de particuliere sector

S.11003 Niet-financiële vennootschappen in handen van het buitenland

S.12 Financiële instellingen

S.121 Centrale bank (in handen van de overheid)

S.122 Deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank

S.12201 In handen van de overheid

S.12202 In handen van de particuliere sector

S.12203 In handen van het buitenland

S.123 Geldmarktfondsen

S.12301 In handen van de overheid

S.12302 In handen van de particuliere sector

S.12303 In handen van het buitenland

S.124 Beleggingsfondsen m.u.v. geldmarktfondsen

S.12401 In handen van de overheid

S.12402 In handen van de particuliere sector

S.12403 In handen van het buitenland

S.125 Overige financiële intermediairs m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen

S.12501 In handen van de overheid

S.12502 In handen van de particuliere sector

S.12503 In handen van het buitenland

S.126 Financiële hulpbedrijven

S.12601 In handen van de overheid

S.12602 In handen van de particuliere sector

S.12603 In handen van het buitenland

S.127 Financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband

S.12701 In handen van de overheid

S.12702 In handen van de particuliere sector

S.12703 In handen van het buitenland

S.128 Verzekeringsinstellingen

S.12801 In handen van de overheid

S.12802 In handen van de particuliere sector

S.12803 In handen van het buitenland

S.129 Pensioenfondsen

S.12901 In handen van de overheid

S.12902 In handen van de particuliere sector

S.12903 In handen van het buitenland

S.13 Overheid

S.1311 Centrale overheid (m.u.v. sociale zekerheid)

S.1312 Deelstaatoverheid (m.u.v. sociale zekerheid)

S.1313 Lagere overheid (m.u.v. sociale zekerheid)

S.1314 Socialezekerheidsfondsen

S.14 Huishoudens

S.141 Werkgevers

S.142 Zelfstandigen

S.143 Werknemers

S.144 Huishoudens met inkomen uit vermogen en overdrachten

S.1441 Huishoudens met inkomen uit vermogen

S.1442 Huishoudens met pensioeninkomen

S.1443 Huishoudens met overige overdrachten

S.15 Instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens

S.15002 In handen van de particuliere sector

S.15003 In handen van het buitenland

S.2 Buitenland

S.21 Lidstaten en instellingen en organen van de Europese Unie

S.211 Lidstaten van de Europese Unie

S.2111 Lidstaten van de eurozone

S.2112 Lidstaten buiten de eurozone

S.212 Instellingen en organen van de Europese Unie

S.2121 Europese Centrale Bank (ECB)

S.2122 Europese instellingen en organen m.u.v. de ECB

S.22 Niet-lidstaten en internationale organisaties die niet in de EU gevestigd zijn


[1]    In alle codes van de sectoren S.11 en S.12 staat het vijfde cijfer – 1, 2 of 3 – voor in handen van de overheid, in handen van de particuliere sector of in handen van het buitenland.

Bijlage 3: Gedelegeerde opdrachten

1) Definitie

Het Europees stelsel van rekeningen (ESR) gebruikt de term “gedelegeerde opdrachten” niet. Toch wordt de behandeling van verrichtingen uitgevoerd in gedelegeerde opdrachten aangesneden in de paragraaf over de identificatie van de hoofdpartij bij een verrichting. Deze paragraaf luidt als volgt: “De verrichting die een eenheid verricht voor rekening van een andere wordt enkel geboekt in de rekeningen van de hoofdpartij van deze verrichting.”

Het nationaal rekeningstelsel (NRS) voegt daar nog het volgende aan toe: “… Zo is het mogelijk dat een dienstenlevering aangerekend wordt op de tussenpersoon” en “De aankopen die een commercieel tussenpersoon verricht in opdracht van en voor rekening van een andere partij, worden, bijvoorbeeld, rechtstreeks toegeschreven aan deze laatste. In de rekeningen van de tussenpersoon verschijnen enkel de erelonen die gefactureerd werden voor de gepresteerde dienstverlening van de tussenpersoon.”

2) Behandeling op het vlak van de economische hergroepering

Wij herinneren eraan dat verrichtingen uitgevoerd in gedelegeerde opdrachten rechtstreeks moeten worden geboekt in de rekeningen van de delegerende entiteit, volgens een gepaste economische aard (ontvangsten, uitgaven, financiële verrichtingen, activa, passiva) en op het ogenblik waarop volgens de regels van het ESR de rechten worden vastgesteld.

Als een instelling die een delegatie verkreeg (ongeacht of deze tot de overheid behoort) een gedelegeerde opdracht Y uitvoert voor een delegerende overheid, wordt een fictieve instelling X opgericht die de gedelegeerde opdracht Y uitvoert om de verrichtingen betreffende deze opdracht te consolideren in de economische hergroepering.

  • De overdrachten van financiële middelen tussen de delegerende overheid en de instelling die de delegatie verkreeg betreffende de gedelegeerde opdracht Y (gelijkwaardig met de inkomstenoverdrachten tussen subsectoren van de overheid geboekt onder de economische codes 4 en 6) worden geboekt onder de codes 03.10 (resp. 08.10) en 08.10 (resp. 03.10) van de overheid (resp. van de fictieve instelling X);
  • Alle verrichtingen van de instelling die de delegatie verkreeg, uitgevoerd in het kader van de gedelegeerde opdracht Y voor rekening van de delegerende overheid, worden correct geboekt in de rekeningen van de fictieve instelling X onder de passende economische codes. Het gaat niet alleen om de uitgaven uitgevoerd in het kader van de gedelegeerde opdracht Y maar ook om eventuele inkomsten die ermee gepaard gaan en die in de toekomst zullen worden geïnd.

Voorbeeld: een financiële investering uitgevoerd in gedelegeerde opdracht Y onder code 8 in het jaar t kan renten en dividenden opleveren, die geboekt zullen worden onder de codes 26 en 28 gedurende de volgende jaren;

  • Uiteindelijk zal de economische hergroepering van de fictieve instelling X die de gedelegeerde opdracht Y uitvoert worden geconsolideerd met de economische hergroepering van de begroting van de delegerende overheid;
  • De erelonen die de delegerende overheid eventueel betaalt aan de instelling die de delegatie verkreeg worden geboekt onder een code 12 in de begroting van de overheid en onder code 16 in de rekeningen van de instelling die de delegatie verkreeg.
Bijlage 4: Boeking van EU-subsidies

Wat er eigenlijk in de rekeningen dient te worden geregistreerd hangt af van de uiteindelijke begunstigde van de subsidies (indiener van het projectdossier). Het betreft enkel de
bedragen ten belope van de EU-subsidies en dus niet de bedragen van de cofinanciering door een binnenlandse overheid. Volgende gevallen kunnen zich voordoen:

  1. Als het gaat om EU-subsidies die uiteindelijk naar een eenheid (indiener van een dossier) gaan die geen deel uitmaakt van de overheid (= d.w.z. die geen deel
    uitmaakt van sector S.13), dan dienen deze subsidies in de nationale rekeningen te worden geregistreerd als subsidies van de EU naar deze eenheid en dienen deze
    stromen niet in de rekeningen van de overheid te worden geregistreerd die deze uitbetaalt aan die eenheid (de intermediaire overheden van de lidstaat werken in dit
    kader voor rekening van de EU). Als men deze stromen toch wil registeren om o.a. praktische reden (bv. in het ERP is het nodig om op een basisallocatie vast te leggen
    en te vereffenen alvorens ook uiteindelijk te kunnen betalen), om wettelijke redenen (wet/decreet/ordonnantie stelt dat alle verrichtingen met een uiteindelijke financiële
    afwikkeling in het budget moeten worden opgenomen) of om andere redenen (transparantie,…), dan kan dit langs de ontvangstenzijde evenals langs de uitgavenzijde op uitgaven- en ontvangstenbasisallocaties met de respectievelijke economische codes 03.10 en 08.10. Deze codes worden immers niet opgenomen in
    de berekening van het vorderingensaldo.
  2. Als een overheid (d.w.z. deel uitmakend van de sector S.13) zelf de eindbegunstigde is (indiener dossier) van de EU-subsidies, dit wil zeggen dat deze overheid de
    Europese subsidies gebruikt om zelf uitgaven (lonen, intermediair verbruik en andere te doen), dan dienen de stromen wel in de rekeningen van deze overheid te worden
    geregistreerd. Gelet op het principe van de budgettaire neutraliteit van ‘EU-grants’ (d.w.z. EU-subsidies), mag dit geen impact hebben op het vorderingensaldo van
    deze overheid.

Voorbeeld:

Overheidscomponent X dient een projectdossier A in dat aanvaard wordt in het kader van de EU-subsidiëring.

Onderstaande handelt enkel over het deel van het project A dat gedekt wordt door de EU-subsidies.

De effectieve uitgaven in vereffeningstermen van het project A in het jaar t, die gefinancierd of gedekt worden met EU-subsidies (dus niet door de eigen cofinanciering van de betrokken overheid), bepalen het bedrag dat geboekt dient te worden in datzelfde jaar t op ontvangstenartikels met economische codes 39.10 bij een inkomensoverdracht en/of 59.11 bij een kapitaaloverdracht.

De uitgaven van het project A worden geboekt op de verschillende uitgavenbasisallocaties van de begroting in toepassing van de economische classificatie en de daarin opgenomen gebruikelijke economische codes.

De subsidievoorschotten die de overheidscomponent vanwege de EU ontvangt, voorafgaand aan het jaar van de effectieve uitgaven in vereffeningstermen in het kader van het project A, worden geboekt op een ontvangstenartikel met economische code 96.10 op het moment van de realisatie van deze ontvangst. In het jaar dat de effectieve uitgaven in vereffeningstermen van project A plaatsvinden, wordt voor het bedrag van deze uitgaven in vereffeningstermen een boeking uitgevoerd op een uitgavenbasisallocatie met economische code 91.40. Dit is a.h.w. een tegenboeking van de eerder geboekte ontvangst op het artikel met economische code 96.40.

De subsidies die vanwege de EU zullen worden ontvangen na afloop van het jaar van de effectieve uitgaven in vereffeningstermen in het kader van het project A, worden geboekt op een uitgavenbasisallocatie met economische code 84.17 in het jaar dat deze effectieve uitgaven in vereffeningstermen van het project A zich realiseren en dit voor het bedrag van deze uitgaven in vereffeningstermen. In het jaar dat deze betrokken subsidies vanwege de EU dan effectief worden ontvangen, wordt het bedrag van deze subsidies geboekt op een ontvangstenartikel met economische code 88.17. Dit is als het ware een tegenboeking van de eerder geboekte uitgave op een basisallocatie met economische code 84.17.