3.2.7 Overdracht vastleggingen

Het principe is dat een vastlegging behouden kan blijven zolang de onderliggende verbintenis loopt. Zodra er geen verplichtingen meer kunnen ontstaan uit de verbintenis, moet de vastlegging worden geannuleerd.

Als de vastlegging wordt geannuleerd in een later jaar dan het moment van de oorspronkelijke vastlegging, dan kan het resterende bedrag van de vastlegging niet worden gerecupereerd voor een ander project en kunnen er geen andere verplichtingen op worden aangerekend, maar:

  • Overdraagbaarheid is beperkt tot 8 jaar omwille van de beheersbaarheid van de encours. De niet schrapping kan worden gevraagd mits positief advies Inspectie van Financiën of bij begrotingsakkoord.
  • Principiële vastleggingen zijn maximaal één jaar overdraagbaar.

Courante uitgaven en recurrente verbintenissen zijn niet overdraagbaar. Ten laatste bij de afsluiting van het boekjaar gebeurt er een uitzuivering encours van desbetreffende vastleggingen.